-
Easily learn verb conjugations with Coniuno
Easily learn verb conjugations with Coniuno
Conjugate verbs with Coniuno
Conjugate verbs in German, Dutch, English, French, Italian, Spanish, Portuguese, and Latin
Conjugate verbs in German, Dutch, English, French, Italian, Spanish, Portuguese, and Latin
-

  Coniuno, Overview

  First Steps
  Verbfiles, Verbsets and Verb-infos
  Coniuno Modules
  Help on conjugation of verbs
  Coniuno Extras
  Additional functions
  Options
  Conjugation rules
  Further Information

Dutch Conjugation Rules


Coniuno uses the rules listed here to conjugate regular Dutch verbs. In addition Coniuno uses a great number of rules and conditions to conjugate irregular verbs.

All rules that Coniuno uses to conjugate verbs are written down in the Coniuno verb tables. The Coniuno verb tables can be loaded using menu "Verb tables" (or by pressing the F4 key). Also see Coniuno Verb tables.

Coniuno recognizes Dutch verbs from their ending on "EN". "EN"-verbs consist of the verb primitive and the verb extension "en" (e.g. prat + en).

Also see: Conjugation Rules, General

Indicatief

OTT - Onvoltooid tegenwoordige tijd (Present)


                
                   all verbs (example "werken")
                   --------------------------------------------------------------
                   ik              -            => ik werk
                   jij             t            => jij werkt
                   hij/zij         t            => hij/zij werkt
                   wij             en           => wij werken
                   jullie          en           => jullie werken
                   zij             en           => zij werken
                
                

OVT - Onvoltooid verleden tijd (Past)


                
                   all verbs (example "werken" and "vormen") (*1)
                   --------------------------------------------------------------
                   ik              te/de        => ik werkte / vormde
                   jij             te/de        => jij werkte / vormde
                   hij/zij         te/de        => hij/zij werkte / vormde
                   wij             ten/den      => wij werkten / vormden
                   jullie          ten/den      => jullie werkten / vormden
                   zij             ten/den      => zij werkten / vormden
                
                

OTTT - Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (Future I)


                
                   all verbs, building with modal verb zullen (example "werken")
                   --------------------------------------------------------------
                   ik              zal    + Verb       => ik zal werken
                   jij             zult   + Verb       => jij zult werken
                   hij/zij         zal    + Verb       => hij/zij zal werken
                   wij             zullen + Verb       => wij zullen werken
                   jullie          zullen + Verb       => jullie zullen werken
                   zij             zullen + Verb       => zij zullen werken
                
                

VTT - Voltooid tegenwoordige tijd (Present Perfect)


                
                   all verbs, building with auxiliary verb hebben / zijn (example "werken")
                   ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
                   ik              heb    / ben  + voltooid deelwoord / Past Participle (Verb)  => ik heb gewerkt
                   jij             hebt   / bent + voltooid deelwoord / Past Participle (Verb)  => jij hebt gewerkt
                   hij/zij         heeft  / is   + voltooid deelwoord / Past Participle (Verb)  => hij/zij heeft gewerkt
                   wij             hebben / zijn + voltooid deelwoord / Past Participle (Verb)  => wij hebben gewerkt
                   jullie          hebben / zijn + voltooid deelwoord / Past Participle (Verb)  => jullie hebben gewerkt
                   zij             hebben / zijn + voltooid deelwoord / Past Participle (Verb)  => zij hebben gewerkt
                
                

VVT - Voltooid verleden tijd (Past Perfect)


                
                   all verbs, building with auxiliary verb hebben / zijn (example "werken")
                   ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
                   ik              had    / was   + voltooid deelwoord / Past Participle (Verb)  => ik had gewerkt
                   jij             had    / was   + voltooid deelwoord / Past Participle (Verb)  => jij had gewerkt
                   hij/zij         had    / was   + voltooid deelwoord / Past Participle (Verb)  => hij/zij had gewerkt
                   wij             hadden / waren + voltooid deelwoord / Past Participle (Verb)  => wij hadden gewerkt
                   jullie          hadden / waren + voltooid deelwoord / Past Participle (Verb)  => jullie hadden gewerkt
                   zij             hadden / waren + voltooid deelwoord / Past Participle (Verb)  => zij hadden gewerkt
                
                

VTTT - Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (Future II)


                
                   all verbs, building with modal verb zullen + auxiliary verb hebben / zijn (example "werken")
                   ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
                   ik              zal    + voltooid deelwoord / Past Participle (Verb) + hebben / zijn  => ik zal gewerkt hebben
                   jij             zult   + voltooid deelwoord / Past Participle (Verb) + hebben / zijn  => jij zult gewerkt hebben
                   hij/zij         zal    + voltooid deelwoord / Past Participle (Verb) + hebben / zijn  => hij/zij zal gewerkt hebben
                   wij             zullen + voltooid deelwoord / Past Participle (Verb) + hebben / zijn  => wij zullen gewerkt hebben
                   jullie          zullen + voltooid deelwoord / Past Participle (Verb) + hebben / zijn  => jullie zullen gewerkt hebben
                   zij             zullen + voltooid deelwoord / Past Participle (Verb) + hebben / zijn  => zij zullen gewerkt hebben
                
                

Conditionalis

OVTT - Onvoltooid verleden toekomende tijd (Conditional I)


                
                   all verbs, building with modal verb zullen (example "werken")
                   --------------------------------------------------------------
                   ik              zou    + Verb  => ik zou werken
                   jij             zou    + Verb  => jij zou werken
                   hij/zij         zou    + Verb  => hij/zij zou werken
                   wij             zouden + Verb  => wij zouden werken
                   jullie          zouden + Verb  => jullie zouden werken
                   zij             zouden + Verb  => zij zouden werken
                
                

VVTT - Voltooid verleden toekomende tijd (Conditional II)


                
                   all verbs, building with modal verb zullen + auxiliary verb hebben / zijn (example "werken")
                   ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
                   ik              zou    + voltooid deelwoord / Past Participle (Verb) + hebben / zijn  => ik zou gewerkt hebben
                   jij             zou    + voltooid deelwoord / Past Participle (Verb) + hebben / zijn  => jij zou gewerkt hebben
                   hij/zij         zou    + voltooid deelwoord / Past Participle (Verb) + hebben / zijn  => hij/zij zou gewerkt hebben
                   wij             zouden + voltooid deelwoord / Past Participle (Verb) + hebben / zijn  => wij zouden gewerkt hebben
                   jullie          zouden + voltooid deelwoord / Past Participle (Verb) + hebben / zijn  => jullie zouden gewerkt hebben
                   zij             zouden + voltooid deelwoord / Past Participle (Verb) + hebben / zijn  => zij zouden gewerkt hebben
                
                

Others

Imperatief


                
                   all verbs (example "werken")
                   --------------------------------------------------------------
                   applicable for all verbs: 
                   informal usage: "Verb primitive"       => werk! - work!
                   formal usage:   "Verb primitive + u"   => werkt u! - work (Sir/Mam)!
                
                

Zelfstandig naamwoord (Gerundium)


                
                   all verbs (example "werken")
                   ---------------------------------------------------
                   applicable for all verbs: "het + Verb"  => het werken
                
                

Deelwoord (Participle)


                
                                                            all verbs (example "werken" and "vormen") (*1)
                                                            ---------------------------------------------------
                Onvoltooid deelwoord (Present Participle:   Verb primitive + end       => werkend
                Voltooid deelwoord (Past Participle):       ge + Verb primitive + d/t  => gewerkt / gevormd
                
                


Support:
Webmaster:
support@coniuno.com
webmaster@coniuno.com
Copyright © Helmut Bischoff 2005-2018. All rights reserved
 
Copyright H.Bischoff 2005-2018. All rights reserved