Easily learn verb conjugations with Coniuno
Easily learn verb conjugations with Coniuno
Conjugate verbs with Coniuno
Conjugate verbs in German, Dutch, English, French, Italian, Spanish, Portuguese, and Latin
Conjugate verbs in German, Dutch, English, French, Italian, Spanish, Portuguese, and Latin

  Coniuno, Verb Table Dutch

  General Information
  Regular verbs
  Irregular verbs
'zwemmen' (strong verb), (cc-c), Rule XIV, Example Verb

Verb irregularities, overview

Conjugation:Rule XIV: "(cc-c)" avoiding double consonants (strong example verb "zwemmen")
Application:-This rule applies for verbs whose verb primitive ends on a double, identical consonant, e.g. "mm" in "zwemmen".
-For weak verbs:
In the Singular forms of the OTT (Present), in all forms of the OVT (Past), in the Voltooid Deelwoord as well as the Imperative, the double consonant gets replaced by a single consonant, means e.g. "jij stilt", not "jij stillt".
-For strong verbs:
Here this also applies for the Singular forms of the OTT (Present), as well as the Imperative. For the OVT (Past) however this applies only for the Singular forms (e.g. "zwemmen" => "jij zwom" but "jullie zwommen"). For the Voltooid Deelwoord this does not apply (z.B. "gezwommen", not "gezwomen")
Example verb:strong verb zwemmen and weak verb stillen

OTT / Present
ik zwem
jij zwemt
hij zwemt
wij zwemmen
jullie zwemmen
zij zwemmen
OVT / Past
ik zwom
jij zwom
hij zwom
wij zwommen
jullie zwommen
zij zwommen
OTTT / Future I
ik zal zwemmen
jij zult zwemmen
hij zal zwemmen
wij zullen zwemmen
jullie zullen zwemmen
zij zullen zwemmen
VTT / Present Perfect
ik heb gezwommen
jij hebt gezwommen
hij heeft gezwommen
wij hebben gezwommen
jullie hebben gezwommen
zij hebben gezwommen
VVT / Past Perfect
ik had gezwommen
jij had gezwommen
hij had gezwommen
wij hadden gezwommen
jullie hadden gezwommen
zij hadden gezwommen
VTTT / Future II
ik zal gezwommen hebben
jij zult gezwommen hebben
hij zal gezwommen hebben
wij zullen gezwommen hebben
jullie zullen gezwommen hebben
zij zullen gezwommen hebben

OVTT / Conditional I
ik zou zwemmen
jij zou zwemmen
hij zou zwemmen
wij zouden zwemmen
jullie zouden zwemmen
zij zouden zwemmen
VVTT / Conditional II
ik zou gezwommen hebben
jij zou gezwommen hebben
hij zou gezwommen hebben
wij zouden gezwommen hebben
jullie zouden gezwommen hebben
zij zouden gezwommen hebben

zwem / zwemt u
Deelwoord / Participle

Onvoltooid / Present Participle
Voltooid / Past Participle
Zelfstandig naamwoord

het zwemmen

Copyright © Helmut Bischoff 2005-2020. All rights reserved
Copyright H.Bischoff 2005-2018. All rights reserved