Easily learn verb conjugations with Coniuno
Easily learn verb conjugations with Coniuno
Conjugate verbs with Coniuno
Conjugate verbs in German, Dutch, English, French, Italian, Spanish, Portuguese, and Latin
Conjugate verbs in German, Dutch, English, French, Italian, Spanish, Portuguese, and Latin

  Coniuno, Verb Table Dutch

  General Information
  Regular verbs
  Irregular verbs
'drinken', Group III.a (i-o-o), Rule III.a, Example Verb

Verb irregularities, overview

Conjugation:Rule III.a: strong verbs with pattern i-o-o (#3a)
Application:-The verb primitive ends on "i" followed by two consonants, where normally the first consonant is one of "k", "m" or "n" is. Here "drinken" => "dr-i-nk-en".
-Verbs following that pattern, are only recognized as verbs belonging to group 3a, if they are included in the list of "strong verbs". An automatic detection is not done here, as some verbs following the pattern are built regularly.
-In the OVT (Past) the "i" is replaced by "o". Appending "t" / "te" is not done here.
-In the Voltooid Deelwoord (Past Participle) the "i" is replaced by "o". The Voltooid Deelwoord is then built with strong "en", not with weak "d/t".
-If the two consonants are identical (e.g. "zwemmen"), then they remain in the Plural forms and the Voltooid Deelwoord ("wij zwommen", not "wij zwomen" and "gezwommen", not "gezwomen").
-For the example verb "drinken" in addition rule 't kofschip OVT/VD(t) is applied.
Other verbs following this pattern are "schrikken", "klimmen" and "vinden".
Example verb:strong verb drinken (dronk, gedronken)

OTT / Present
ik drink
jij drinkt
hij drinkt
wij drinken
jullie drinken
zij drinken
OVT / Past
ik dronk
jij dronk
hij dronk
wij dronken
jullie dronken
zij dronken
OTTT / Future I
ik zal drinken
jij zult drinken
hij zal drinken
wij zullen drinken
jullie zullen drinken
zij zullen drinken
VTT / Present Perfect
ik heb gedronken
jij hebt gedronken
hij heeft gedronken
wij hebben gedronken
jullie hebben gedronken
zij hebben gedronken
VVT / Past Perfect
ik had gedronken
jij had gedronken
hij had gedronken
wij hadden gedronken
jullie hadden gedronken
zij hadden gedronken
VTTT / Future II
ik zal gedronken hebben
jij zult gedronken hebben
hij zal gedronken hebben
wij zullen gedronken hebben
jullie zullen gedronken hebben
zij zullen gedronken hebben

OVTT / Conditional I
ik zou drinken
jij zou drinken
hij zou drinken
wij zouden drinken
jullie zouden drinken
zij zouden drinken
VVTT / Conditional II
ik zou gedronken hebben
jij zou gedronken hebben
hij zou gedronken hebben
wij zouden gedronken hebben
jullie zouden gedronken hebben
zij zouden gedronken hebben

drink / drinkt u
Deelwoord / Participle

Onvoltooid / Present Participle
Voltooid / Past Participle
Zelfstandig naamwoord

het drinken

Copyright © Helmut Bischoff 2005-2020. All rights reserved
Copyright H.Bischoff 2005-2018. All rights reserved