Easily learn verb conjugations with Coniuno
Easily learn verb conjugations with Coniuno
Conjugate verbs with Coniuno
Conjugate verbs in German, Dutch, English, French, Italian, Spanish, Portuguese, and Latin
Conjugate verbs in German, Dutch, English, French, Italian, Spanish, Portuguese, and Latin

  Coniuno, Verb Table Dutch

  General Information
  Regular verbs
  Irregular verbs
'varen', Group VI (a-oe-a), Rule VI, Example Verb

Verb irregularities, overview

Conjugation:Rule VI: strong verbs with pattern a-oe-a (#6)
Application:-The verb primitive ends on "a" followed by one consonant. Here "varen" => "v-a-r-en".
-Verbs following that pattern, are only recognized as verbs belonging to group 6, if they are included in the list of "strong verbs". An automatic detection is not done here, as most verbs following the pattern are built regularly.
-in the OVT (Past) the "a" is replaced by "oe", in the Voltooid Deelwoord (Past Participle) by "a".
-For the example verb "varen" in addition rule a-aa is applied.
Other verbs following this pattern are "dragen" and "graven".
Exception:-One particularity applies to verb vragen, which is built in the Voltooid Deelwoord (Past Participle) with double vocal "a".
Example verb:strong verb varen (voer, gevaren)

OTT / Present
ik vaar
jij vaart
hij vaart
wij varen
jullie varen
zij varen
OVT / Past
ik voer
jij voer
hij voer
wij voeren
jullie voeren
zij voeren
OTTT / Future I
ik zal varen
jij zult varen
hij zal varen
wij zullen varen
jullie zullen varen
zij zullen varen
VTT / Present Perfect
ik heb gevaren
jij hebt gevaren
hij heeft gevaren
wij hebben gevaren
jullie hebben gevaren
zij hebben gevaren
VVT / Past Perfect
ik had gevaren
jij had gevaren
hij had gevaren
wij hadden gevaren
jullie hadden gevaren
zij hadden gevaren
VTTT / Future II
ik zal gevaren hebben
jij zult gevaren hebben
hij zal gevaren hebben
wij zullen gevaren hebben
jullie zullen gevaren hebben
zij zullen gevaren hebben

OVTT / Conditional I
ik zou varen
jij zou varen
hij zou varen
wij zouden varen
jullie zouden varen
zij zouden varen
VVTT / Conditional II
ik zou gevaren hebben
jij zou gevaren hebben
hij zou gevaren hebben
wij zouden gevaren hebben
jullie zouden gevaren hebben
zij zouden gevaren hebben

vaar / vaart u
Deelwoord / Participle

Onvoltooid / Present Participle
Voltooid / Past Participle
Zelfstandig naamwoord

het varen

Copyright © Helmut Bischoff 2005-2020. All rights reserved
Copyright H.Bischoff 2005-2018. All rights reserved